Home
Een dankwoord
Sitemap
Laatste updates
Contactformulier
Gastenboek
Wie ik ben
Mijn ouders
Surabaya's historie
Cannalaan buaya's
Indië en oorlog
Archipel oorlogen
Indië en Youtube.
Zieleroerselen
Verhalen over susje
Diverse verhalen
Sadeli en Mina
Kliwon en Lina
Tante Francine
Oom Alex
Kediri
Rembang
Purworejo
Kinderen op school
Een lagere school SD
De Prambanan tempels
Cilacap
Koken in de desa
Leven in de desa
Een desa straatje
Kinderen in de desa
Bakstenen in de desa
Hotel Tambalban
Straatsnoeperijen
Rampok Macan
Honger in 1946
Maghrib
Wayangfiguur Semar
Stille Krachten I
2 Moorden in Indië
Fraudeur Sonneveld
De TrawaPari tempels
Pasuruan naar Malang
Teakhout of (d)jati.
Verpauperde Indo's
Het hoertje
Zeerovers in Indië
Indo's in Indië
Bep Vuyk
De broers Gentis
Jogja Keraton
Dokter Soetomo
Die goeie ouwe tijd
Jean Demmeni Foto's
Marie E. van Oordt
Aardverschuivingen
Bergenbuurt Malang
Emma van der Pal
Kasbi
Jean Samuel Borgeaud
Moord op v.Zuylen
Arme meneer Born
Drama Dermodjojo
19 maart 1868
VOC en landje pik
"Toontje" Poland
Eindelijk weer thuis
Indisch of "Belanda"
Sukorejo Midden Java
Lawang Sewu / NIS
Het durp Salaman
De desa Cekel
Pak Tani Dawet Hitam
Frank Boon
Marie W. Corbet
Orang kecil
Pak Lurah
Ken Dedes
Streetlife Jakarta
Siti Aisyah Pulungan
Contracten Suriname
Volkeren in Indië
Indo's in den Verre
Foto's algemeen
Externe Indo links
GEZOCHT


Indo's eten in hun leven gemiddeld
rijstkorrels per jaar en 5 kilo sambel

 

 

Maghrib, de vallende avond schemering.

 

De tijd dat de zon ondergaat en al heel snel de avond de dag overneemt.
Binnen een kwartier is het daglicht omgeslagen in een totaal duister. Als je de lucht inkijkt, dan zie je als het ware hoe het nachtelijk duister stapsgewijs aanlengt.

Niet in de grote steden, want daar branden straatlantaarns en het verkeer zorgt voor verlichting en de straatventers dragen een steentje bij. Hun lantaarns zijn vaak nog feller als de zon, maar dan helwit tot heel lichtblauw gekleurd. De nacht in de grote steden in Indonesia is constant verlicht en leeft.

Neen, ik doel op Maghrib op het platteland, in de veraf gelegen desa's, waar slechts her en der een schamel 10 watt lampje brandt of hebben de boeren slechts een olielampje "lampu templek" geheten.
Maghrib in deze gebieden zorgt ervoor dat de omgeving plotsklaps veranderd is in een soort vijandige omgeving, waar het op de dag zo vriendelijk groen en zonnig is.
Maghrib geeft de toeschouwer een heel andere kijk op de omgeving.
Allerlei geluiden klinken door de avond en nacht, van hoog piepend tot laag dreigend en alle klanksoorten er door heen gemixed.
Schaduwen komen tot leven en bomen zijn grote zware reuzen geworden. Een rongrong die met zijn keiharde kreten ineens tegen een tak van een plant aanvliegt waardoor je het idee krijgt, dat er leven in de plant verscholen was en nu uit het geheime hol tevoorschijn komt. Geritsel alom in het gras en laaggewas. Een opfladderende vogel op een hoge boomtak, die de toeschouwer rillingen bezorgt als zijn vleugels met kracht het bladerdek beroeren, tijdens het wegvliegen.
Het ruisen van een waringinboom in het avondduister doet je denken aan kreten van verre angstige kinderen of schrikgodinnen, die de argeloze wandelaar trachten te lokken in hun eeuwig durende gevangenschap.

Maghrib, een geliefde tijd, voor de onderwereld die de nacht verkent en op pad gaat om slachtoffers te strikken en zeer zeker in de donderdagnacht op de vrijdagmorgen.
 




Het was ergens in een dorpje gelegen tussen de rijstvelden in de omgeving van Lumajang Oost Java en ongeveer een uurtje of wat vandaan van de grote stad. Hoge zware, haast ontoegankelijke bossen omringden de velden en her en der brandde een kleine lampu templek.

Pak Kusumo was een hereboer en had zijn domicilie daar en had zowat alle velden in die streken in eigendom en tegen woekerprijzen de velden verhuurde aan de dagloners. Hij had een voor hem slim afbetaalsysteem in elkaar geflanst. De pachters dienden hem maandelijks een bepaald bedrag aan pacht te betalen en bovendien een behoorlijk stuk van de rijst opbrengst. Wat er voor de pachters zelf overbleef was natuurlijk lang niet genoeg om zichzelf en het gezin te onderhouden. Waren ze een maand niet op tijd met een afbetaling, dan kwam er aan het eind van de rit een extra percentage afdracht bij.

Heel veel boeren werden op deze manier totaal brodeloos en werden gedwongen hun schulden af te betalen door hun grond aan Pak Kusumo aan te bieden en daardoor maar te vertrekken om elders werk te vinden. Het afbetalen kon vaak niet plaats vinden hetzij wegens ziekte kosten, hetzij wegens extra kosten voor kleding, school enzovoorts.

Dewi Sri, de godin van de rijst en welke rijst ooit uit haar lichaam was ontsproten, zag vanuit het Godenverblijf met verdrietige ogen toe, hoe Pak Kusumo met de dag rijker en vrekkeriger werd en tevens hoe armer de horige boeren werden.

 
Foto onder: Sedekah voor Dewi Sri. (= offer om de godin gunstig te stemmen.) (Collectie tropenmuseum.)


Op een nacht verscheen zij bij de Kyai Gede Tolong en gebood hem om maatregelen te nemen tegen Pak Kusumo. Zij wees de oude Kyai twee assistenten aan, namelijk Geblek een reuzenvleermuis (wel 10 x groter als een kalong) en Rimo Ireng (Harimau Hitam) een grote zwarte panter. Beide dieren dienden de Kyai te helpen bij het verwezenlijken van het plan van Dewi Sri.

 

 



De Kyai gehoorzaamde en vertrok naar het verblijf van Pak Kusumo en deelde hem mede, dat hij ogenblikkelijk zijn onfrisse woekerpraktijken diende te beëindigen, omdat Dewi Sri dit zo wilde en omdat deze handelwijze van Pak Kusumo niet menselijk was.
Pak Kusumo echter, gelijk zovele vrekken op deze wereld voelde zich oppermachtig en lachtte de Kyai vierkant uit en smeet de deur voor de neus van de Kyai dicht.

De Kyai restte nu niets anders dan de bevelen en wensen van Dewi Sri uit te voeren en riep Geblek en Rimo Ireng tot zich en gaf hen de volgende bevelen door.
"Geblek, spreid je vleugels heel wijd open en vlieg naar de voorraadschuur van Kusumo en neem zoveel mogelijk rijst met je mee. Deze rijst strooi je elke keer uit bij de voordeuren van de arme boeren."
"En jij Rimo Ireng, jij gaat naar het oude bruggetje aan het eind van de rijstvelden en verschuil je jezelf in de duiker onder het bruggetje en je wacht af.."

Beide dieren gehoorzaamden en Geblek begon aan de vliegtochten en nam elke keer rijst in haar vleugels mee uit de voorraadschuur en strooide dit uit bij de voordeuren van de arme boeren tot zeer groot genoegen van de arme boeren natuurlijk.
Pak Kusumo echter hoorde na een poosje de zware vleugelslagen van Geblek en zag tot zijn woede wat er aan de hand was.
Luid schreeuwend en krijsend en met stenen gooiend trachtte hij Geblek te weerhouden van de strooptochten uit zijn voorraadschuur.
Maar Geblek ging nog een poosje door en na een tijdje vloog hij laag over Pak Kusomo heen, zodat deze verleid werd om Geblek te achtervolgen.

Geblek deed zoals hem bevolen was door de Kyai en lokte Pak Kusomo naar het oude bruggetje aan het eind van de velden, alwaar hij plotseling oog in oog stond met Rimo Ireng.

Pak Kusumo herkende echter Rimo niet, aangezien Rimo net zo zwart was als de nacht om hen heen. Slechts een paar grote vlammende ogen kon Pak Kusomo herkennen en zijn oren verdoofden door het luide gebrul van Rimo. Hij kreeg accuut een hartaanval van schrik en verstijfde tot een groot rotsblok.

 


Dewi Sri's wens was uitgevoerd en de rijstvelden werden onder de arme boeren verdeeld en het gezin van Pak Kusumo werd het dorp uitgejaagd.

Nu nog bij het oude bruggetje van de kleine desa SUMBERBATU in de buurt van het stadje LUMAJANG op Oost Java, ontspringt de bron om de rijstvelden te bevloeien en naast de bron(=sumber) staat een grote steen (=Batu) en daarom heet dit dorp ook Sumberbatu en zoals bijna overal wordt bij de rijstoogst aan de godin Dewi Sri geofferd.

Voor de toekomstige toerist die Oost Java wil bereizen: ga 's naar die streken en vertoef er in de desa en 's nachts zal je een dof ver gegrom horen vergezeld van de geluiden van zware klapwiekende vleugels.
Rimo en Geblek bewaken nog steeds deze desa.(Eh niet verder vertellen, maar het is de Semeru maar.)

In dec 2010 plande ik een trip om 's weer langs die buurten te gaan en er wat rond te neuzen. Mijn pleegvader was er geboren en ik wilde - omdat ik me bezig had gehouden met genealogie - daar 's rondvragen of er nog eventuele ver-Indonesische nazaten verbleven. Ik was er nieuwsgierig naar.

Het was er echter niet van gekomen. De dag voor mijn geplande trip, stonden de kranten bol van waarschuwingen en voor een dag of wat, was zelfs de snelweg daar in die contreien voor een deel afgesloten. Het rommelde hevig en enkele lokalen drukten me op het hart om maar niet verder te gaan.

Rimo de wakende panter was uit zijn hum en liet het blijken door de Semeru te laten rommelen.

Rembulan menangis.... de maan huilt.

Copyrights imexbo.nl en imexbo.org  | Wilt u contact zoeken? Ga naar Contactformulier.
Top