Home
Een dankwoord
Sitemap
Laatste updates
Contactformulier
Gastenboek
Wie ik ben
Mijn ouders
Surabaya's historie
Cannalaan buaya's
Indië en oorlog
Archipel oorlogen
Indië en Youtube.
Zieleroerselen
Verhalen over susje
Diverse verhalen
Sadeli en Mina
Kliwon en Lina
Tante Francine
Oom Alex
Kediri
Rembang
Purworejo
Kinderen op school
Een lagere school SD
De Prambanan tempels
Cilacap
Koken in de desa
Leven in de desa
Een desa straatje
Kinderen in de desa
Bakstenen in de desa
Hotel Tambalban
Straatsnoeperijen
Rampok Macan
Honger in 1946
Maghrib
Wayangfiguur Semar
Stille Krachten I
Stille Krachten II
Stille krachten III
Stille Krachten IV
2 Moorden in Indië
Fraudeur Sonneveld
De TrawaPari tempels
Pasuruan naar Malang
Teakhout of (d)jati.
Verpauperde Indo's
Het hoertje
Zeerovers in Indië
Indo's in Indië
Bep Vuyk
De broers Gentis
Jogja Keraton
Dokter Soetomo
Die goeie ouwe tijd
Jean Demmeni Foto's
Marie E. van Oordt
Aardverschuivingen
Bergenbuurt Malang
Emma van der Pal
Kasbi
Jean Samuel Borgeaud
Moord op v.Zuylen
Arme meneer Born
Drama Dermodjojo
19 maart 1868
VOC en landje pik
"Toontje" Poland
Eindelijk weer thuis
Indisch of "Belanda"
Sukorejo Midden Java
Lawang Sewu / NIS
Het durp Salaman
De desa Cekel
Pak Tani Dawet Hitam
Frank Boon
Marie W. Corbet
Orang kecil
Pak Lurah
Ken Dedes
Streetlife Jakarta
Siti Aisyah Pulungan
Contracten Suriname
Volkeren in Indië
Indo's in den Verre
Foto's algemeen
Externe Indo links
GEZOCHT


Indo's eten in hun leven gemiddeld
rijstkorrels per jaar en 5 kilo sambel

 

Goena Goena / Guna Guna 

STILLE KRACHTEN.

 

Voorwoord en waarom ik wat ga zitten pennen over het onderwerp.

Mijn pleegpa Thom Phefferkorn; die was een kei in het bedrijven van zwarte magie en hij had het hoogstwaarschijnlijk weer van zijn pa meegekregen. Mijn pa zei altijd, dat je "met de helm geboren moest zijn" wilde je deze "kunst" beheren. Ik zag mijn pleegpa als afgod, dus geloofde ik hem.

Mij pa zei ook altijd tegen me, dat ik ook met de helm was geboren en dus geloofde ik hem ook, want al op héél jonge leeftijd beleefde ik mijn eigen ervaringen op dit gebied en maakte ik pa's kunsten van dichtbij mee. En soms was ik er wel een beetje angstig van; soms deed ie dingen waar ik om moest lachen omdat het vrij amusant was, maar grotendeels beangstigde deze kunst me wel.

Een paar kunsten van hem, die me deden lachen (leedvermaak) en een paar andere kunsten die me de stuipen op het lijf joegen waren bijvoorbeeld:

  • Pa kreeg wel eens bezoek van een kennis die er niet in geloofde en dat lokte natuurlijk reacties uit bij pa. Pa frutselde en frommelde wat met zijn geheime spreukenboekje en deed nog wat andere poespas erbij (weet niet wat voor soort bezweringen dat waren) en op een dag kwam de kennis weer eens langs. "Kom binnen." zei pa en een amusant schouwspel was het gevolg. Wat de kennis ook deed, hij kwam niet door de deuropening heen. Alsof een geheimzinnige macht/kracht hem op elk denkbare wijze de toegang weigerde. Het was niet echt een soort onzichtbaar iets dat de kennis tegenhield, maar het waren onbestendige redenen die de man telkens weer deed besluiten om niet de deuropening door te stappen. Als hij voor de deur stond was hij plots iets vergeten en ging weer weg om het op te halen; kwam terug en bemerkte dat het verkeerde was meegenomen en dat ging zo maar door, totdat de kennis besloot om die dag maar verder weg te blijven. Later vroeg mij pa aan hem of hij het nu geloofwaardig was, maar de kennis was nuchter en bleef nuchter en zei dat het allemaal stom toeval was die bewuste dag, dat hij om welke reden dan ook niet de deurdrempel overkwam.
  • Pa vroeg 's aan me of ik geloofde dat er "rare" wezens rondzwierven 's avonds door de straten op zoek naar "weet ik veel wat." Zal wel, dacht ik en vroeg hardop waar ze dan waren omdat ik enkel doodgewone mensen zal lopen of zitten of wat dan ook. Niet lang daarna - het was al schemerdonker geweest na de Maghrib  - en pa vroeg of ik uit de gudang in de bijgebouwen iets voor hem wilde halen. Omdat te kunnen doen, moest ik de gang naar de bijgebouwen door en die was afgesloten met kawat en kippengaas. Halverwege de gang meende ik aan de buitenkant/straatkant een figuur te zien, die de gang inkeek naar mij. Het was donker, dus ik keek 's goed wie het was en maakte meteen rechtsomkeer. Dat "wezen" of wat het ook geweest moge zijn is mijn leven lang bijgebleven tot op heden. Zijn/haar/het aanblik is in mijn hersenpan gegrifd en leek veel op zo'n Barong masker. Was het pa die zich verkleed had? Neen, want in een flits zag ik dat hij op een paar meter afstand het tafereel bekeek. Het figuur verdween in het niets. "Geloof je het nu?" was zijn simpele vraag en mijn eveneens simpel antwoord was: "Ja."
  • Pa had een keer - uit hoofde van zijn functie als stationschef - bonje met een medewerker van station Gubeng, die daar toen werkzaam was. Toeval? Of wat? In elk geval was na een week het bericht dat de bewuste persoon waar pa bonje mee had, tegen een trein was aangelopen en diverse kneuzingen had opgelopen.

Als pa me meenam naar Kembang Kuning of naar Soekoen Malang of naar het europees kerkhof te Kediri, dan gelaste pa mij altijd om recht voor me uit te kijken. Hij deed het zelf ook altijd, want hij was medium vertelde hij me en de overledenen zochten altijd naar een medium om te kunnen converseren.

Ik luisterde naar pa maar - zoals kleine jongens zijn - luisterde ik soms ook weer niet en gluurde stiekem, maar zag geen kumpulan of iets dergelijks bij de graven. Op Kembang Kuning gebeurde wel eens iets "onverklaarbaars" toen we op weg wandelden naar een graf van een familielid en pa plotsklaps mij tegenhield en we ons omdraaiden; op dat moment voelde ik iets van een soort koude rilling over me, terwijl het toch bloedheet was toen in die zon.

Maar om één of andere reden heeft pa me nooit het "vak" geleerd en verbood me om mezelf er verder in te verdiepen. Voelde pa toen al de wroeging en spijt dat hij zelf er ooit aan begonnen was? Ik weet het niet. In elk geval, naar mate ik ouder werd, deed pa er ook niet zoveel meer aan en de laatste 3 jaren ongeveer - voordat ik in 1960 richting Nederland voer - onderhield hij zich in hevige mate met het geloof en de Bijbel.

Ik heb me dikwijls afgevraagd waarom dit soort gebeurtenissen en geloof in het bovennatuurlijke zich altijd hoofdzakelijk afspeelt/-de in de kringen van Jan Modaal. Ik heb tenminste nooit dergelijke verhalen gehoord in de kringen van de welgestelden of deze kringen moeten er altijd wel het zwijgen over opgelegd zijn in verband met hun maatschappelijke positie?

Ik zie het al voor me: Meneer de Baron van Voor naar Achteren Via de Pantat, die in hofkringen verkeert, schijnt op een donderdagnacht bezoek gekregen te hebben van Barong Sheitan of van een mede Iblis? Die zou toch nooit meer thuis aan het hof mogen komen, als ie zo'n verhaaltje kenbaar maakt. Alhoewel? Onze voormalige en wijlen koningin Juliana had wel degelijk interesse in het spirituele, heb ik wel eens gelezen. En ook andere leden van het hof hadden interesse in het "onverklaarbare of bovennatuurlijke".

Recentelijk heb ik nog enkele "rare" gebeurtenissen meegemaakt in Indonesia tijdens één van mijn bezoeken aan familie, maar dat had meer het karakter van kwaadaardigheid, zoals: een zwarte dode kip voorzien van wat prevelarijtjes en verpakt in een karung en op het erf van mijn oom gedeponeerd; een zogenaamde voorbijganger die plotsklaps voor het reclamebord op straat stilhield en wat bezweringen zat te prevelen ( ik heb daar een filmpje van gemaakt met het mobieltje); een bosje jonge papaya plantjes bij het hek van de tuin, maar dan wel aan de tuinzijde, ook al neergelegd met wat vreemde attributen erbij.

Uit de KB:

* 1889

Auteur: Maurits (pseudoniem van Paulus Adrianus Daum, 1850-1898)
Afgebeeld: 2de druk
Uitgeverij: A.W. Sijthoff, 1895

De journalist Paulus Adrianus Daum was een verlicht liberaal, beïnvloed door Multatuli. In 1878 vertrok hij naar Java, waar hij redacteur werd van het Bataviaasch nieuwsblad. Onder het pseudoniem Maurits schreef hij een tiental Indische romans, die eerst als feuilleton in de krant verschenen. Hij schreef in de traditie van het realisme en zijn werk is een spiegel van de koloniale maatschappij. Goena-goena gaat net als De stille kracht van Couperus over de inheemse 'zwarte kunst', waar de Nederlanders ondanks al hun nuchterheid geen vat op krijgen. De ongelukkig getrouwde Betsy Den Ekster laat zich door haar baboe Sarinah met allerlei tovermiddeltjes bijstaan. Als haar man sterft, is het onduidelijk of dit aan Sarinahs duistere praktijken te wijten is. Pogingen om vervolgens de getrouwde notaris Bronkhorst met gebruikmaking van Sarinahs zwarte kunst voor zich te winnen, lopen uiteindelijk op niets uit en Bronkhorst ontwaakt uit zijn begoocheling. "De goena-goena was uitgewerkt."

 

Maar goed, dat was dus de lange inleiding tot dit hoofdstuk Stille Krachten en daar ga ik op de volgende pagina over uitweiden, althans op mijn burgerlijke simpele volksmanier zonder wetenschappelijke pretenties te hebben.(Kan ik trouwens toch niet vanwege die Sekolah Jonkok, weet je nog wel?)  Amien.

 

En hieronder dan een Youtube clip van een Mbah Dukun en eerlijk gezegd.... lijkt ze me wel ééntje die de kunst verstaat.... , payah deh. Ik snap er niets van dat ze zingt dat d'r vent minggat melayu (er van door) is. Misschien kurang sambel (te weinig sambel) of de terasi teveel bau? Jorok die kerel.

 

Zie verder subpagina 2

 

 

 

Copyrights imexbo.nl en imexbo.org  | Wilt u contact zoeken? Ga naar Contactformulier.
Top